Claudia Patacca heeft veel zin in de Messiah
Muziek was dagelijks in het gezin Patacca aanwezig. “Mijn moeder had altijd de radio aanstaan en we zongen dan uit volle borst mee met alle hits. Zingen en dansen deed ik zodra ik kon praten en lopen, volgens iedereen. Mijn ouders hebben mijn broer en mij heel erg gestimuleerd de dingen te doen die we leuk vonden”.
Claudia kreeg al muziekles op haar zesde. Ze heeft jarenlang elektronisch orgel gespeeld, tot haar zestiende. Zingen deed ze ook heel graag. Ze is opgegroeid met het kinderkoor De Wesseltjes o.l.v. Rinus Luttikhuis. Hij pikte haar er meteen uit om solistisch te zingen. Het was voor haar een onvergetelijke tijd. Later kwam ze bij zijn andere koren terecht, zoals het kerkkoor, dat nu Stedelijk Koor Enschede heet en bij Studio ’65, een opera/operette/musical koor. Tussendoor richtte dirigent Luttikhuis ook nog een jongerenkoor op en ook daar heeft Claudia jaren gezongen. Bij hem heeft ze eveneens haar eerste ervaringen in de klassieke muziek opgedaan en is ze als soliste opgetreden, zoals in het Requiem van Fauré, de missen van Mozart en Amor in Orfeo van Gluck.
Toch koos ze in eerste instantie niet voor een carrière in de muziek. Na haar middelbare schooltijd ging ze naar de pedagogische academie Edith Stein in Hengelo, maar er was weinig werk toen ze afstudeerde. Een jaar lang deed ze inval- en vrijwilligerswerk op diverse scholen. Dat beviel niet zo en uiteindelijk ging ze toch studeren aan het Conservatorium in Enschede. Ze heeft daar een geweldige tijd gehad. Ze heeft het onderwijs nooit gemist, hoewel ze het lesgeven erg leuk vond. Nu, twintig jaar later, is ze op datzelfde conservatorium hoofdvakdocent klassieke zang en operaklas. Ze vindt het fantastisch! Het gaat haar gemakkelijk af de lesstof zodanig over te brengen dat haar leerlingen (of de koorleden aan wie ze een workshop geeft) gemotiveerd worden. “In de loop van de jaren krijg je natuurlijk steeds meer ervaring” zegt Claudia. “Zangtechniek kom je nooit tekort. Bij Hosanna valt het me op dat er zeer enthousiast wordt gezongen. Er is veel discipline en toewijding. Natuurlijk zijn er altijd zaken te verbeteren, dat geldt voor ieder koor, of het nu om een amateurkoor gaat of professionals, om oudere of jongere leden. Scholing is belangrijk. Ik vind dat fondsen die subsidie verstrekken aan amateurkoren terecht eisen dat er aan scholing wordt gedaan.
Claudia is in de loop van de jaren uitgegroeid tot een veelgevraagd soliste, die met tal van ensembles in Nederland en daarbuiten optreedt. “Ik ben een alleszinger”, zegt ze zelf. Ik vind het heerlijk om Bel Canto te zingen, bijv. aria’s van Verdi, Bellini en Puccini, maar ik geniet ook intens van bijv. Mozart, Haydn en Händel”.
Met Hosanna heeft ze tot nu toe twee keer samengewerkt, de eerste keer met het concert t.g.v. het 100-jarig bestaan van het koor in het Concertgebouw in 2006 en in februari jl. met de uitvoering van de Schöpfung. Het klikte meteen tussen haar en het koor. “Het is fijn als er een goede wisselwerking is met het koor, de dirigent en de andere solisten. Met het ene koor kun je meer contact hebben dan met het andere en niet iedereen ligt elkaar altijd. Het is wel opmerkelijk om te ervaren hoe een koor met z’n solisten omgaat. Af en toe maak je het mee dat ze je bijna letterlijk links laten liggen en moet je zoeken naar een bestuurslid om ze te begroeten en even te praten. Een kopje thee of koffie is soms ook moeilijk en dat snap ik niet. Dat zijn toch simpele dingen. Hosanna is wat dat betreft als een warm bad. Ik ervaar een grote betrokkenheid, enorme inzet en liefde voor de muziek bij alle koorleden. Er is vanuit het bestuur ook aandacht voor kleine details, die het vaak zo bijzonder maken, zoals fruit en snoep in de kleedkamer en uitgenodigd worden bij iemand thuis dan heerlijk vis eten. Dat maak ik niet vaak mee! Zulke dingen scheppen, wat mij betreft, meteen een band. Misschien stelt niet iedere solist daar prijs op, maar ik vind het geweldig en weet zeker dat het de uitvoering ten goede komt. Hoe meer ontspannen de sfeer, hoe beter de prestatie. Om die reden heb ik een aantal jaren geleden het Solistenkwartet opgericht. Met z’n vieren genieten we dubbel en dwars op hoog niveau en in een fijne atmosfeer. Wat wil een mens nog meer!
Nou ja, misschien wat meer tijd! Ik ben gek op Engelse detectives, en ik lees graag een goed boek. Lekker eten staat ook hoog op mijn lijstje en ik vind het heerlijk om uitgebreid te koken voor mijn man Ton en voor vrienden. Eigenlijk zou ik weer moeten gaan sporten, maar dat blijft helaas ook bij een voornemen”.
Het is nu een drukke tijd voor Claudia. Oratoria, opera, lesgeven. Volgende week zingt ze dan mee met de Messiah in de Noorderkerk. Ze kent het oratorium wel zo ongeveer uit het hoofd. Een paar dagen voor het concert pakt ze het uit de kast. Dat is een kwestie van je programma goed plannen. Het instuderen van nieuwe werken kost natuurlijk meer tijd. Het ligt er aan hoeveel het is en hoe moeilijk. Daar begint ze veel eerder mee. Ze houdt van de veelzijdigheid van haar vaak. “Wat ik af en toe wel moeilijk vind is dat ik soms binnen korte tijd, soms zelfs binnen het tijdsbestek van één concert, moet omschakelen van oratorium naar opera naar lied. Het lukt gelukkig altijd, het is een kwestie van goed concentreren, weten waar je mee bezig bent en ervaring”.
Daarnaast let ik er ook op hoe een concertzaal of kerk van binnen is in verband met m’n kledingkeuze. Dat vind ik leuk, zeker voor mijn vak wil ik heel goed voor de dag komen, mezelf goed presenteren.
De Spakenburgse klederdracht vind ik heel mooi. Feestelijk. Toen ik al die dames voor de eerste keer in vol ornaat zag in het Concertgebouw dacht ik wat is dat een prachtig plaatje. Het geeft het koor een heel bijzondere uitstraling. Toen de secretaresse Hosanna voorstelde om in kraplap op de foto te gaan heb ik meteen ja gezegd. Maar wat een gedoe om alles netjes voor elkaar te krijgen. De buurvrouw is zeker twintig minuten bezig geweest om van alles aan elkaar te spelden.
Ik vind de klederdracht bij het koor passen. Het is een stukje cultuur dat zo, samen met het klassieke repertoire, behouden blijft.
Ik heb veel zin in de uitvoering volgende week.
