Geschiedenis

Plezier in zingen: dat is de rode draad die door de geschiedenis van de Chr. Koor- en Oratoriumvereniging Hosanna in Bunschoten loopt. Vanaf het allereerste begin in oktober 1906, als Hosanna door meester Aart Blokhuis wordt opgericht. Deze onderwijzer houdt van muziek, maar hij wil ook jongeren van de straat houden. Hij krijgt zo'n dertig zanglustigen bij elkaar. Elke zondagmiddag om vier uur, na de kerkdienst, komt het koor bij elkaar in het plaatselijke gebouw Volksbelang om te oefenen. Er worden psalmen gezongen en eenvoudige geestelijke liederen. Het koor heet Chr. gemengde zangvereniging Hosanna. Over deze eerste jaren is verder niet zoveel bekend. Het koor doet mee aan concoursen en er zijn uitvoeringen in kerken. In de oorlogsjaren blijft het koor ook repeteren. Dat mag van de bezetter. Het koor groeit behoorlijk, aan het eind van de oorlog zijn er 130 leden. Er worden liederen gezongen als Holland, lief Holland, Vrede, Het Geuzenvendel op de thuismars, het Hallelujakoor uit de Messiah en het Largo van Händel. In 1948 wordt de naam veranderd in Chr. Koorvereniging Hosanna. In dat jaar worden tijdens een Kerstuitvoering al delen uit de Messiah gezongen, een opmaat naar het grotere werk!
Het koor verandert in de jaren vijftig zoetjesaan van repertoire. Het bestuur, en ook de leden, hebben zin in meer, ze willen graag een oratorium instuderen en uitvoeren. Op 22 maart 1954 wordt het besluit genomen de Messiah in te studeren en uit te voeren. "Hosanna heeft zich een weg gebaand naar het oratorium", zegt voorzitter Jaap Koops met de jaarvergadering. Het zal echter nog anderhalf jaar duren voordat het werk uitgevoerd kan worden. Ook wordt in 1954 dr. Treffers Sr. (een plaatselijke huisarts en een groot liefhebber en kenner van oratoria) geïnstalleerd als beschermheer van Hosanna. Hij woont regelmatig de bestuursvergaderingen bij om het bestuur te adviseren omtrent de organisatie van een groot evenement als de Messiah. Dirigent Jan Coljé is ook aanwezig bij de bestuursvergaderingen. En op 23 december 1955 is het zover: de allereerste uitvoering van de Messiah in Bunschoten, weliswaar in het Duits en met coupures! De kosten zijn 1.900 gulden. Het honorarium van de sopraan is 100 gulden, de toegangsprijs 2 gulden en het orkest kost 850 gulden. Dit laatste bedrag is dan inclusief de warme maaltijd die op de dag van uitvoering verlangd wordt voor de orkestleden! De opbrengst van de uitvoering is 2.100 gulden, het koor houdt er dus nog iets aan over. De Messiah wordt een traditie voor Bunschoten en omgeving. Er worden op de uitvoeringsavond zelfs bussen ingezet naar Baarn en Nijkerk om de liefhebbers in de Maranathakerk te krijgen. Dat zijn er in de beginjaren nog niet zo veel, daarom krijgen leerlingen uit de hoogste klassen van de basisschool vrijkaartjes. Later is de kerk altijd vol.
Het koor verandert in de jaren vijftig zoetjesaan van repertoire. Het bestuur, en ook de leden, hebben zin in meer, ze willen graag een oratorium instuderen en uitvoeren. Op 22 maart 1954 wordt het besluit genomen de Messiah in te studeren en uit te voeren. "Hosanna heeft zich een weg gebaand naar het oratorium", zegt voorzitter Jaap Koops met de jaarvergadering. Het zal echter nog anderhalf jaar duren voordat het werk uitgevoerd kan worden. Ook wordt in 1954 dr. Treffers Sr. (een plaatselijke huisarts en een groot liefhebber en kenner van oratoria) geïnstalleerd als beschermheer van Hosanna. Hij woont regelmatig de bestuursvergaderingen bij om het bestuur te adviseren omtrent de organisatie van een groot evenement als de Messiah. Dirigent Jan Coljé is ook aanwezig bij de bestuursvergaderingen. En op 23 december 1955 is het zover: de allereerste uitvoering van de Messiah in Bunschoten, weliswaar in het Duits en met coupures! De kosten zijn 1.900 gulden. Het honorarium van de sopraan is 100 gulden, de toegangsprijs 2 gulden en het orkest kost 850 gulden. Dit laatste bedrag is dan inclusief de warme maaltijd die op de dag van uitvoering verlangd wordt voor de orkestleden! De opbrengst van de uitvoering is 2.100 gulden, het koor houdt er dus nog iets aan over. De Messiah wordt een traditie voor Bunschoten en omgeving. Er worden op de uitvoeringsavond zelfs bussen ingezet naar Baarn en Nijkerk om de liefhebbers in de Maranathakerk te krijgen. Dat zijn er in de beginjaren nog niet zo veel, daarom krijgen leerlingen uit de hoogste klassen van de basisschool vrijkaartjes. Later is de kerk altijd vol.
In 1961 wordt de Messiah voor het eerst in het engels gezongen. Het is nog een hele onderneming geweest om de koorleden de engelse taal aan te leren. Een jaar lang krijgt het koor les van de heer De Vries (een leraar engels) uit Laren. Eén van de leden werkt bij hem in de huishouding. Niet iedereen houdt van verandering: er wordt wel gemopperd over die engelse lessen. De eerste uitvoering in de originele taal is een succes. "Alles kwam glanzend uit de verf", meldt het jaarverslag en dat is de eigenlijk de enige opmerking van het bestuur die terug te vinden is. Maar een recensie heeft als kop: eerste engelse Messiah gloedvolle vertolking. De recensent schrijft: "hoewel de taal nog niet helemaal mondeigen was bij alle koorleden, heeft de uitvoering veel gewonnen. Ook lagen de tempi hoger: in slaap vallen was er niet bij. Het was koorzang van de bovenste plank". De Messiah blijft een jaarlijkse succesuitvoering. En dan komt dirigent Coljé zes weken voor de uitvoering van 1965 heel ongelukkig te vallen. Hij kan niet dirigeren op de geplande datum. Via een koorlid komt Antoon Krelage naar Bunschoten. Coljé komt niet meer terug bij Hosanna, iets dat eerst ondenkbaar lijkt.
Met Antoon Krelage groeit het koor uit tot een echte oratoriumvereniging. Deze bekende dirigent zegt over Hosanna: "Ik heb vaak gedacht, was ik maar een jaar of twintig eerder gekomen" Het zou een tijdelijke oplossing zijn, maar uiteindelijk blijft Krelage 13 jaar bij Hosanna. Hij is een ervaren dirigent en musicus. Op zeventienjarige leeftijd, in 1924, studeert hij piano aan het conservatorium in Amsterdam en zo rolt hij het vak in. "Mijn vader en moeder zongen bij De Stem des Volks. Als de pianist om de een of andere reden niet op kwam dagen, werd ik erbij gehaald om het koor te begeleiden. Toen de vaste dirigent ermee ophield werd mij gevraagd of ik het wilde overnemen, ik heb toen ja gezegd." Dat was in 1929. Krelage is o.m. 50 jaar dirigent geweest van de Stem des Volks.
Dat is de titel van het boek dat geschreven over de geschiedenis van het honderdjarige koor. In 1906 werd het koor opgericht door meester Aart Blokhuis en het is leuk te lezen hoe het kleine gemengde koor zich in de zestiger jaren ontwikkeld heeft tot een oratoriumkoor. Het boek werd gepresenteerd op de afsluitende feestavond van Hosanna op 21 november 2006. Het is geschreven door Willeke de Graaf, de foto's en het archiefmateriaal werden verzorgd door Wouter Koelewijn en Bort Zwaan, alle drie leden van het koor. Een aantal mensen die zich verbonden weten met het koor hebben een bijdrage voor het boek geleverd. Op de feestavond waren ook de commissaris van de Koningin van de Provincie Utrecht en de burgemeester van Bunschoten aanwezig, die de eerste exemplaren in ontvangst mochten nemen.
De Commissaris van de Koningin had een grote verrassing in petto voor Hosanna. Het koor ontving de Utrechtse Anjer, een prijs die dit jaar is ingesteld door het Prins Bernhard Cultuurfonds te Utrecht. Het doel is een persoon of organisatie te belonen, die zich op bijzondere wijze inzet voor de amateurkunst in de Provincie Utrecht. De prijs bestaat uit een geldbedrag van €5.000 dat vrij te besteden is. Ook mag het koor zich Koninklijke (!!) Chr. Koor- en Oratoriumvereniging noemen.
